Dit is de weblog van 'de tienduizend dingen'

Dit is de weblog van 'de tienduizend dingen'
Voor de website, klik!

woensdag 26 mei 2010

onlangs werd ik verliefd op Miranda July

en dat kwam o.a door dit filmpje:


The Hallway from The Hallway on Vimeo.

Miranda July maakt heel mooie dingen.

maandag 17 mei 2010

een andere route

Ik fietste nooit, ik reed auto. Ik miste een hoop. Dat wist ik niet, want ik fietste nooit, ik reed auto. Nu weet ik dat wel. Sinds een paar maanden fiets ik iedere dag dezelfde route. 's Ochtends vroeg naar mijn yogales. En ik zie veel. Ganzen, boten, bloeiende bomen, mensen, auto's. Gisteren nam ik eens een andere route. En zag nieuwe dingen. Vanmorgen nam ik diezelfde route nog eens en maakte een foto van één van de nieuwe dingen die ik zag. Een zin. Waar ik maar aan bleef denken. Ja, dacht ik. Dat zouden meer mensen moeten doen. Eerst eens naar binnen reizen voor we naar elkaar beginnen te wijzen.
Het is werk van Laser 3.14 de moderne stadspoëet van Amsterdam. Ik vind het fijn dat hij er is.

dinsdag 11 mei 2010

het gebroken touwtje

Sinds ik uit huis ging, op mijn zeventiende, en naar de grote stad vertrok neem ik ze met me mee. De viooltjes van mijn opa. In alle krotten en kamers, etages en heuse huizen die ik bewoonde kregen ze een speciaal plekje. Ver voor mijn geboorte moet hij ze uit de tuin hebben geplukt, het zal mooi weer geweest zijn en hij schikte ze in een van de vele tinnen vaasjes van mijn oma, nam zijn verf en penselen en schilderde. Hoeveel van die vaasjes heb ik als kind zelf wel niet gevuld, met viooltjes, vergeet-me-nietjes, goudsbloemen of oost-indische kers. Toen was opa allang dood.

Het schilderijtje herinnert mij aan mijn geboortegrond, het dorp, de zomers die eeuwig leken te duren, de warme klinkers van de straat voor het huis als de zon de hele middag geschenen had. Hoe mijn moeder de ramen met veel water waste en met dat water ook meteen de goot schrobte, het geluid dat dat maakte, de geborgenheid van de tuin van mijn oma en van het leven met de seizoenen. Eindeloze beeldenstromen, associatiereeksen, rivier, tuin, huis, boom, land, zomer, hooiberg, moestuin, bloemen, aarde.

Vanmorgen viel het schilderijtje met een klap op de houten vloer. En nu zit ik al een hele tijd met het gebroken touwtje in mijn hand en kijk naar het oude, zorgvuldige gelegde knoopje. Het ontroert mij, meer nog bijna, dan de viooltjes zelf. Zou hij mijn oma hebben gevraagd: 'Mien, houd jij je vinger er even op, dan kan ik een mooi knoopje maken.' Of een van de kinderen, mijn vader wellicht? Het knoopje is er nog en ik kom er maar niet toe, het touwtje weg te doen.

maandag 10 mei 2010

Landkaart 2



















klik op de afbeelding voor grotere weergave.

donderdag 6 mei 2010

en toch is het lente...



er stond een stevige wind dus we waren er zo



Landkaart 1




klik op de afbeelding voor grotere weergave.

over tekenen en het vinden van antwoorden




Mijn zoon van twaalf tekende een mannetje. Een mannetje met wallen onder zijn ogen. Ik vroeg hem waarom het mannetje zo verdrietig was. ‘Hij is verdrietig maar ook erg moe’, zei mijn zoon. Ik vroeg hem waarom. ‘ Dat weet ik nog niet’, zei hij en ging weer tekenen. Een kwartiertje later keek hij weer op: ‘Ik weet het hoor’ en hij liet me zijn tekening zien. ‘Hij is moe en verdrietig omdat hij een weerwolf is en daarom zo slecht geslapen heeft de laatste nachten. Het is volle maan geweest, snap je?’ Dat snapte ik natuurlijk en bovendien was het op zijn tekening allemaal te zien.

Maar ik vond het ook een beetje zielig. ‘ Kun je niet een oplossing voor hem bedenken’, vroeg ik. ‘Dat weet ik niet hoor’, zei mijn zoon en ging weer tekenen. Tien minuten later had de oplossing zich op het tekenpapier aangediend. ‘Ik heb het !’ En jawel, boven het bed van het mannetje hing nu een zilveren apparaatje, het leek een beetje op een dromenvanger, zei ik. ‘ Ja’, zei mijn zoon, ‘ dat klopt, dit apparaatje houdt de ziel van de weerwolf in zijn lichaam bij volle maan, dan kan hij gewoon lekker doorslapen en wordt hij niet zo moe.’ We haalden allebei opgelucht adem, blij dat we iets voor het mannetje hadden kunnen doen. Het leek mij een afgeronde kwestie. En mijn zoon ging weer tekenen.


Maar nog wat later verscheen er op het blad een klein weerwolfje, zo van een jaar of drie dacht ik. Het kleintje zat in een gedachtenballonnetje. ‘Wat is dat?’ vroeg ik mijn zoon. ‘Dat,’ zei hij, ‘zijn de herinneringen van het mannetje aan alle keren dat hij weerwolf was. Elke keer dat het zilveren apparaatje de ziel in het lichaam houdt vangt het een herinnering op van de weerwolf aan vroeger toen hij nog een klein weerwolfje was. Het apparaatje neutraliseert (mijn jongste zoon zit in de brugklas van het gymnasium en is dol op moeilijke woorden) die herinnering en als ze allemaal aan de beurt zijn geweest dan heeft het mannetje het zilveren apparaatje niet meer nodig. ‘
‘Zo,’zei hij, ‘klaar!’ Hij schoof de tekening aan de kant om op een nieuw vel aan een volgende te beginnen; iets met vampiers, sterrenkijkers en vertragingsprocessors.
‘Wat heb je dat toch allemaal leuk bedacht’, zei ik nog. ‘Ik bedenk het niet hoor,’ zei hij, ‘ik teken het gewoon.’